De VentraFlow® helpt je om je medicijn rustig en effectief in te ademen. Volg deze eenvoudige stappen.
1. Controleer de voorzetkamer
- Zorg dat het ventiel vrij kan bewegen en niet geblokkeerd is.
- Kijk of er geen losse deeltjes of vreemde voorwerpen in de kamer zitten.
- Controleer of alle onderdelen heel en schoon zijn.
Is een onderdeel beschadigd of verkleurd? Vervang het dan eerst.
2. Zet de VentraFlow® klaar
- Verwijder de dop van de inhalator (MDI).
- Schud de inhalator goed.
- Plaats de inhalator in het achterstuk van de VentraFlow®.
Gebruik je een masker? Controleer dat de uitademingsklep goed naar buiten staat.
3. Plaats masker of mondstuk
- Klik het masker stevig op het mondstuk.
- Zorg dat het masker neus én mond volledig bedekt.
Gebruik je het mondstuk? Sluit je lippen er goed omheen.
4. Inhaleren
- Adem rustig uit.
- Houd het masker of mondstuk goed op zijn plaats.
- Druk op de inhalator.
- Adem langzaam in via de VentraFlow®.
Hoeveel ademhalingen zijn nodig?
Baby’s (< 18 maanden): 4–6 rustige ademhalingen
Kinderen (> 18 maanden): 2–4 diepe inhalaties
Volwassenen: 1 diepe inhalatie
⚠ Hoor je een fluittoon?
Dan adem je te snel in. Probeer rustiger te ademen.
5. Meerdere pufjes nodig?
- Wacht 1 minuut en herhaal stap 2–4.